De kantonrechter stelt vast dat de firma HAK4T adequate maatregelen en voorzieningen heeft getroffen inzake het werken op hoogte en ter voorkoming van de verwezenlijking van valrisico’s: het in kaart gebracht zijn van de risico’s als onderdeel van de RI&E (deel 3), toolboxmeetings (o.a. over de gevaren van werken op een hellend dak), het op dit werk toegespitste inventariseren van de risico’s op meerdere momenten voorafgaand aan de werkzaamheden, voor het laatst op de dag waarop het werk ging starten voorafgaand aan het werk zelf, het voorzien in (technische) voorzieningen (aanlijnkabels, loopplanken, harnasgordels met vallijn) met instructies hierover.

Daarnaast kent de kantonrechter betekenis toe aan de beslissing van de Inspectie SZW van 12 november 2014, gegeven als vervolg op het boeterapport van de Arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW van 5 februari 2014.

In die beslissing is gemotiveerd waarom aan HAK4T geen boete wordt opgelegd hoewel de Arbeidsinspecteur aanvankelijk een overtreding van de Arbeidsomstandighedenbesluit signaleerde. De motivering van die beslissing luidt als volgt:

Uit het boeterapport is gebleken dat u de risico’s van de werkzaamheden waarbij de overtreding zich heeft voorgedaan voldoende had geïnventariseerd, een veilige werkwijze had ontwikkeld die voldeed aan de vereisten van de Arbeidsomstandighedenwetgeving, deugdelijke, voor de arbeid geschikte, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking had gesteld en de verdere maatregelen had getroffen en dat uw werknemer adequaat was geïnstrueerd.

Tevens is gebleken dat door u adequaat werd toegezien op de naleving van gegeven instructies.

Dit betekent dat de geconstateerde overtreding van artikel 3.16, lid 5 van het Arbeidsomstandig-hedenbesluit u in dit geval niet verwijtbaar is. Derhalve ontbreekt de grond voor het opleggen van een boete.

De kantonrechter is van oordeel dat HAK4T aan haar zorgplicht als werkgever heeft voldaan. Dat de Arbeidsinspectie dit ongeval met minder dan haar gebruikelijke aandacht en zorgvuldigheid (of om met HAK4T te spreken: “het zijn pietjes-precies”) heeft onderzocht is gesteld noch gebleken.

De kantonrechter is van oordeel dat HAK4T aan haar zorgplicht als werkgever heeft voldaan. Dat de Arbeidsinspectie dit ongeval met minder dan haar gebruikelijke aandacht en zorgvuldigheid (of om met HAK4T te spreken: “het zijn pietjes-precies”) heeft onderzocht is gesteld noch gebleken.

Had de werkgever ondanks het voorgaande rekening moeten houden met het loskoppelen van de vallijn door [verzoeker] of die handeling moeten voorzien, in verband waarmee zij voor de gevolgen daarvan aansprakelijk moet worden gehouden?

Het antwoord is nee. De kantonrechter is van oordeel dat de schade van [verzoeker] door het ongeval het gevolg is van zijn eigen bewust roekeloos handelen en dat de werkgever daarvoor niet verantwoordelijk is.

[verzoeker] was ervaren en goed geïnstrueerd: hij wist dat het werk aangelijnd moest worden gedaan. Niet valt in te zien dat [verzoeker] zich niet bewust is geweest van de risico’s en gevaren die het werken op een hoog en hellen dak meebrengt. Daarnaast moet worden aangenomen dat hij de situatie ter plaatse goed kende: hij had voorafgaand aan de start van het werk meegeholpen om de beveiligingsvoorzieningen op het dak aan te brengen. Verder heeft hij aangegeven dat de kans op doorzakken bij dit soort al wat oudere dakbedekking groot is waarbij hij ook nog heeft opgemerkt dat een lichtdoorlatende plaat door ouderdom ‘bros’ wordt en dan ‘nog geen gereedschapskist kan dragen’.

Ondanks deze wetenschap heeft [verzoeker] zich losgekoppeld. De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] wisselend heeft verklaard over de reden waarom hij dit deed. Uit zijn verklaringen is af te leiden dat hij zich heeft losgekoppeld toen er een plaat die een collega vanaf een ladder omhoog bracht moest worden aangepakt om op het dak te leggen. Waar [verzoeker] in het verzoekschrift echter aangeeft dat dit in een soort noodsituatie snel moest gebeuren om de bewuste collega uit een benarde situatie te ontzetten, heeft hij ter zitting verklaard dat er geen sprake was van paniek of een penibele situatie waarin heel snel moest worden gehandeld om de collega te ontzetten.

Om die reden is het ook niet van belang om vast te stellen of [verzoeker] voorafgaand aan het aannemen van de plaat met andere werkzaamheden verderop op het dak bezig was (HAK4T betwist dit) en zich voor het aannemen van de plaat over de lengte van het dak moest verplaatsen. [verzoeker] heeft aangegeven dat hij zich pas ter plaatse van de ladder waar de plaat naar boven kwam heeft losgekoppeld. De kantonrechter gaat uit van de verklaring die [verzoeker] uiteindelijk zelf heeft gegeven voor het loskoppelen, namelijk dat hij dat heeft gedaan om meer bewegingsruimte te hebben bij het manoeuvreren op het dak. Hij is vervolgens “vrij gaan werken”.

Bij die stand van zaken is het nog relevant om te bezien of [verzoeker] in aangelijnde toestand voldoende ruimte had om het werk te verrichten. Als dat niet het geval is had de werkgever immers mogelijkerwijs op zijn gevaarlijke zet bedacht moeten zijn. [verzoeker] heeft echter onvoldoende onderbouwd gesteld dat zijn vallijn te kort was om de plaat behoorlijk aan te kunnen pakken. De kantonrechter wil wel aannemen dat het voor [verzoeker] prettiger was om zonder lijn te kunnen manoeuvreren, maar dat dit met andere feitelijke omstandigheden dan een eigen persoonlijke voorkeur te maken had is niet komen vast te staan.

Het voorgaande brengt de kantonrechter tot de conclusie dat [verzoeker] willens en wetens en zich bewust van het gevaar, in een situatie waarin daarvoor niet een dringende reden bestond of haast geboden was, zijn vallijn heeft losgekoppeld. Dat heeft hij gedaan met de intentie om vrijer te kunnen werken en te bewegen.

Voor het werk was dit niet nodig en was juist het tegendeel geboden. Dit handelen moet worden aangemerkt al bewust roekeloos handelen van [verzoeker] . De gevolgen van dit handelen moeten, hoe verdrietig deze ook zijn, daarom voor zijn rekening blijven.

De slotsom is dat [verzoeker] jegens HAK4T geen actie uit werkgeversaansprakelijkheid toekomt. Voor zover [verzoeker] die actie daarnaast nog jegens Global heeft bedoeld, treft die alleen daarom al hetzelfde lot. De verzoeken zullen worden afgewezen.

Omdat [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld zal hij worden veroordeeld in de proceskosten van Global en HAK4T, tot op heden begroot op een bedrag van € 150,00 wegens salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 75,00).
%d bloggers liken dit: