Risico = kans x effect: Risicogetal = Blootstelling x Kans (Waarschijnlijkheid) x Effect.

Bij het toepassen van deze formule dienen een drietal inschattingen gemaakt te worden:

– Hoe vaak komt het voor ?
– Wat is de kans / waarschijnlijkheid dat een ongewenst effect optreedt ?
– Wat is het mogelijke effect dat zal optreden ?

Aan zowel de door u aangegeven, blootstelling, kans (waarschijnlijkheid), als het effect zijn getallen verbonden. Deze worden met elkaar vermenigvuldigd. Hoe groter het getal is, hoe groter het risico dat het ongewenste effect zal optreden.

Risico = kans x effect

Risico getal = Blootstelling x Waarschijnlijkheid x Effect

BlootstellingKansEffect
0,5 zeer zelden
1,0 zelden (jaarlijks)
2,0 soms (maandelijks)
3,0 af en toe (wekelijks)
6,0 regelmatig (dagelijks)
10,0 voortdurend
0,1 bijna niet denkbaar
0,2 praktisch onmogelijk
0,5 denkbaar, maar onwaarschijnlijk
1,0 onwaarschijnlijk, soms grensgeval
3,0 ongewoon, maar mogelijk
6,0 zeer wel mogelijk
10,0 te verwachten
1,0 gering, letsel zonder verzuim
3,0 belangrijk, letsel en verzuim
7,0 ernstig, onomkeerbaar (invaliditeit)
15,0 zeer ernstig (een dode op termijn)
40,0 ramp (enkele doden)

Door de waarden van Blootstelling, Kans (Waarschijnlijkheid) en Effect met elkaar te vermenigvuldigen verkrijgt men het zogenaamde risicogetal. Op basis van de grootte van dit getal kunnen de gevaren ingedeeld worden in prioriteitsklassen.

Prioriteit 1
R > 400,

– Zeer hoog risico, werkzaamheden stoppen

Prioriteit 2
200 < R > 400,

– Belangrijk risico, actie noodzakelijk, pak het direct aan

Prioriteit 3
70 < R > 200,

– Mogelijk risico, actie gewenst, neem het op in het jaarplan

Prioriteit 4
R < 70,

– Risico is wellicht aanvaardbaar, overweeg actie, neem knelpunt mee in het meerjarenplan


0 reacties

Geef een reactie