Zeven jaar na behandeling voor een Burn-Out had de meerderheid van de onderzochte patiënten nog steeds symptomen. Dit toont een unieke Zweedse studie aan. Samenwerking tussen de zorg, werkgever en werknemer blijken cruciaal te zijn om zich beter te voelen.

De meerderheid van degenen die voor een Burn-Out werden behandeld, hadden na zeven jaar nog steeds problemen. Dit blijkt uit een uniek onderzoek van het Instituut voor Stressgeneeskunde in de regio Västra Götaland in Zweden. Volgens de onderzoekers Kristina Glise, Lilian Weigner en Ingibjörg Jonsdottir heeft geen enkele studie deze patiëntengroep eerder zo lang opgevolgd.

De onderzoekers hebben vragen gesteld aan een groep zieke patiënten met de diagnose Burn-Out. 217 patiënten beantwoordden vragenlijsten en 163 hebben de onderzoekers ontmoet en onderzocht. De meeste hebben nog steeds symptomen. De meest voorkomende zijn een slechter vermogen om met stress om te gaan, extreme vermoeidheid en geheugenverlies. De onderzoekers achter het onderzoek schatten dat een derde nog steeds uitgeput is. Weinigen van hen waren echter met ziekteverlof.

In het onderzoek, dat in het voorjaar van 2020 verscheen in BMJ Psychology, stellen de onderzoekers dat patiënten niet de juiste behandeling lijken te krijgen of dat de behandeling die ze krijgen niet voldoende is en dat er meer onderzoek nodig is. Een verdere verklaring voor het feit dat ze zich na de behandeling enkele jaren niet beter voelen, kan zijn dat de mensen nog steeds aan hoge stress worden blootgesteld. Hindernissen voor genezing kunnen ook een grote inzet zijn van de medewerker zelf en zijn eigen eisen dat alles perfect moet zijn. Dit kan vooral hinderlijk zijn als de werknemer nog steeds wordt blootgesteld aan hoge stress en een slechte psychosociale werkomgeving.

Hoewel de meerderheid van de respondenten nog steeds symptomen heeft, denken ze dat ze zich beter voelen dan toen ze voor het eerst hulp zochten. Slechts 16 procent gelooft echter dat ze helemaal gezond zijn, blijkt uit de studie.

De onderzoekers stellen dat noch de zorg, noch de werkgever erop voorbereid zijn dat herstel zo lang kan duren. Ook ziekteverzuim- en ziektekostenverzekeringen zijn niet aangepast en bewust van zo’n tijdrovend proces.

Op de website van het Instituut voor Stressgeneeskunde staat dat de langetermijnprognose voor de patiëntengroep goed is en dat de meeste patiënten met het vermoeidheidssyndroom (Burn-Out) weer een redelijk normaal leven kunnen leiden. De onderzoekers wijzen erop dat de samenwerking tussen de patiënt, de werkgever en het zorgsysteem cruciaal is omdat er voor deze medewerkers vaak veranderingen op de werkvloer nodig zijn.

“Het enige dat de terugkeer naar het werk kan versnellen, is wanneer men de werkgever op de een of andere manier bij de revalidatie betrekt. En het laat tevens zien dat samenwerking tussen zorg, patiënt en werkgever uitermate belangrijk is om hierin te slagen”, zegt hoofdarts Kristina Glise in een interview met SvT (voor diegenen welke de Zweedse taal machtig zijn…. ) over het onderzoek.

Het Instituut voor Stressgeneeskunde blijft onderzoek doen naar het waarom sommige patiënten na behandeling nog vele jaren nadien symptomen hebben, en welke factoren er nog meer mee (zouden) kunnen spelen.

Download hier het volledige rapport (in het Engels)


0 reacties

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder
%d bloggers liken dit: