In 2020 waren twee veel voorkomende ongevalstypes het werken met machines en het vallen van hoogte.

Het blijkt dat ongeveer de helft van de werkgevers, met name van kleine bedrijven, geen RI&E heeft of het risico machineveiligheid niet heeft benoemd. Daarbij neemt bijna 30% van de bedrijven, opnieuw met name kleine bedrijven, geen of onvoldoende maatregelen om de risico machineveiligheid te beheersen.

Om het risico te beheersen zijn bronmaatregelen het meest effectief. Deze pakken de oorzaak van het probleem aan (zoals het vervangen van onveilige machines). Iets meer dan de helft van de bedrijven let bij de aanschaf van een machine niet op de veiligheid. Bedrijven zetten vooral in op technische en organisatorische maatregelen, zoals een veilige inrichting van de arbeidsplaats en voorlichting en instructie.

Bij machine-ongevallen was meestal sprake van contact met bewegende delen van een machine. Dit soort ongevallen heeft vaak ernstige gevolgen. Bij een aanzienlijk deel van de slachtoffers van een machine-ongeval is sprake van blijvend letsel, zoals amputatie van vingers of handen.

Slachtoffers van machineongevallen waren in ongeveer de helft van de gevallen de machine aan het bedienen, de andere helft was bezig met schoonmaak of onderhoud.

Werken op hoogte komt minder vaak voor dan werken met machines. Ongeveer 5% van de werkenden werkt op hoogte. Meestal gaat het om ladders, steigers of hoogwerkers. Vergelijkbaar met werken met machines is de beheersing van het risico met name bij kleine bedrijven niet op orde.

In iets meer dan de helft van de bedrijven waar wordt gewerkt op hoogte is er geen RI&E of is werken op hoogte niet opgenomen als risico. In bedrijven met minder dan 10 werknemers heeft bijna twee derde geen RI&E of staat werken op hoogte er niet in.

Een grote meerderheid van de bedrijven neemt maatregelen om valgevaar te voorkomen. Het gaat hierbij meestal om organisatorische maatregelen zoals voorlichting en toezicht (71%). Bijna 60% neemt bronmaatregelen, zoals vervangen van arbeidsmiddelen voor een veiliger middel. Ruim 10% van de bedrijven neemt helemaal geen maatregelen om het risico te beheersen. Vaak gaat het om bedrijven in de sector Handel.

Ongevallen op hoogte hebben meestal betrekking op vallen van een ladder, trapje of opstapje. Deze slachtoffers hebben vaak geen blijvend letsel. Bij ladderongevallen valt de helft van de slachtoffers terwijl hij/zij de ladder beklimt of afdaalt. De andere helft was op hoogte aan het werk. Dat is opvallend, aangezien een ladder alleen gebruikt mag worden als werkplek als er geen veiliger arbeidsmiddel gebruikt kan worden, zoals een steiger of hoogwerker. Belangrijke oorzaken van het vallen van een ladder zijn het verliezen van de balans of het ontbreken van voldoende maatregelen. Zo was de ladder in veel gevallen niet goed beveiligd tegen wegschuiven of inklappen of was de ladder niet goed neergezet.

Net als bij machine-ongevallen wordt aan een combinatie van voorwaarden niet voldaan. Niet alleen werd er relatief vaak gewerkt op een ladder terwijl dit niet de bedoeling was, ook werd de ladder vaak niet veilig gebruikt.

Slachtoffers die vallen van een dak, vloer of platform, lopen vaak ernstiger letsel op dan slachtoffers die van een ladder vallen. Vaak vallen zij van 2,5 meter of hoger. In een kwart van de bijna 100 ongevallen heeft dit geleid tot blijvend letsel bij het slachtoffer. Vaak verloor het slachtoffer de balans bij het uitvoeren van een activiteit, gleed uit of struikelde. Ook ontbrak regelmatig de (dak)randbeveiliging.

Het gehele rapport lezen? Ga dan naar de website van de Arbeidsinspectie of gebruik onderstaande download.

%d bloggers liken dit: