Er zijn in Nederland ruim 100.000 bedrijven waar ten minste 1 werknemer werkt met of blootstaat aan gevaarlijke stoffen. Ongeveer 400 van deze bedrijven beschikken over grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen en behoren tot de hoog-risicobedrijven, Brzo-bedrijven.

Het houden van toezicht is voor bedrijven een belangrijke motivatie om blijvend aandacht te besteden aan hun beleid voor het werken met gevaarlijke stoffen. In onderstaande publicatie blikt de Inspectie SZW op hoofdlijnen terug op het toezicht op het werken met gevaarlijke stoffen in de periode 2016-2020.

Conclusies
Uit de inspecties en overige interventies van de Inspectie SZW komt naar voren dat slechts enkele bedrijven het verbeteren van processen en het vervangen van gevaarlijke stoffen door veiligere alternatieven actief oppakken. De verandering gaat dan ook niet vanzelf en helaas minder snel dan in de ogen van de Inspectie zou kunnen en moeten. Alles overziend, constateert de Inspectie het volgende:

• Bedrijven beseffen zich nog onvoldoende dat gevaarlijke stoffen op de werkvloer sluipmoordenaars kunnen zijn. Ze weten vaak niet welke gevaarlijke stoffen ze in huis hebben, hebben geen zicht op het blootstellingsniveau en zijn zich vaak onbewust van de risico’s van deze stoffen op de gezondheid van hun werknemers. Omdat de gezondheidseffecten van blootstelling aan gevaarlijke stoffen zich vaak pas vele jaren later openbaren, worden werkgevers vaak maar beperkt met deze gezondheidseffecten geconfronteerd. Bij 65-85% van de initiële inspecties naar blootstelling aan gevaarlijke stoffen constateert de Inspectie overtredingen en gaat zij over tot handhaving.

• Bedrijven grijpen onvoldoende de kansen om veiligere, alternatieve stoffen te gaan gebruiken. Het vervangen van gevaarlijke stoffen is vaker mogelijk dan bedrijven denken. Branches en leveranciers kunnen hier samen met de gebruikers een meer innovatieve rol in pakken.

• Het treffen van maatregelen zo hoog mogelijk in de arbeidshygiënische strategie is nog geen gemeengoed. Nog te vaak worden worden persoonlijke beschermingsmiddelen ingezet, daar waar technische beheersmaatregelen mogelijk zijn. De Inspectie ziet echter wel degelijk ook goede voorbeelden van gesloten systemen (waardoor geen emissie van gevaarlijke stoffen optreedt naar de werkplek) en het verminderen van handwerk. De kennis hierover zou door bedrijven veel beter gedeeld kunnen en moeten worden.

• Bedrijven kunnen en moeten alerter zijn op het aanpassen van hun productieprocessen. Zodanig dat acute risico’s op verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand en explosies minimaal zijn. Thema’s als veroudering van installaties en het zorgen voor een adequate tweede beveiliging bij kritische processen verdienen eveneens meer aandacht.

• De inspectieresultaten bij bedrijven die vallen onder het Brzo en bedrijven die werken met ioniserende straling onderstrepen het belang van blijvende aandacht vanuit de Inspectie. In het Brzo toezicht worden door de jaren heen gemiddeld bij 40% van de bezochte bedrijven overtredingen aangetroffen, ondanks de hoge inspectiedichtheid bij deze groep bedrijven. Bij bedrijven die werken met ioniserende straling wordt bij ongeveer 30% van de inspecties gehandhaafd.

• Bij het werken met gevaarlijke stoffen moeten bedrijven vaak investeren om iets níét te laten gebeuren. Dat is altijd een lastige bedrijfseconomische afweging. Tegelijkertijd zag de Inspectie ook bedrijven die de investeringen op het gebied van arbeidsveiligheid en procesveiligheid aangrepen als een kans om te innoveren. Op die manier dragen deze bedrijven bij aan de veiligheid van de werknemers, de omwonenden en het milieu.

In deze publicatie blikt de Inspectie SZW op hoofdlijnen terug op het toezicht op het werken met gevaarlijke stoffen in de periode 2016-2020. Ook wordt inzicht gegeven in welke interventies hebben bijgedragen aan het gezonder en veiliger werken met gevaarlijke stoffen en een positief effect hebben gehad op de naleving van wet- en regelgeving door bedrijven.

%d bloggers liken dit: